Wie vandaag in een professionele keuken over een brigade spreekt, klassieke Franse sauzen bereidt of een pêche Melba op de kaart zet botst vroeg of laat op Auguste Escoffier. Meer dan 90 jaar na zijn overlijden blijft zijn invloed op de gastronomie enorm. Nu krijgt ook het museum in zijn geboortehuis een bijzondere erkenning want het Musée Escoffier de l'Art Culinaire mag zich voortaan officieel “Musée de France” noemen.
Het museum in Villeneuve-Loubet, tussen Nice en Cannes, kreeg de prestigieuze appellation op 30 juni 2026 toegekend na een positief advies van het Haut Conseil des Musées de France. Daarmee vervoegt het een netwerk van ruim 1.200 Franse musea waarvan de collecties als van bijzonder openbaar belang worden beschouwd. Het label is veel meer dan een eretitel want erkende musea moeten voldoen aan hoge eisen op het vlak van conservering, wetenschappelijk onderzoek, educatie en het toegankelijk maken van hun collecties.
In het geboortehuis van de koning der koks
Een betere plek om het verhaal van Escoffier te bewaren is nauwelijks denkbaar. Het museum bevindt zich in het achttiende-eeuwse Provençaalse huis waarin Auguste Escoffier in 1846 werd geboren. Hij begon al op dertienjarige leeftijd in de keuken en groeide later uit tot een van de invloedrijkste chefs uit de culinaire geschiedenis.
Samen met hotelier César Ritz hielp hij de luxehotellerie en haute cuisine aan het einde van de negentiende eeuw een nieuwe vorm te geven. Hij werkte onder meer in het Savoy en Carlton in Londen, reorganiseerde de professionele keuken volgens het brigadesysteem en bundelde klassieke Franse recepten in zijn beroemde Guide Culinaire uit 1903. Ook verschillende gerechten bleven aan zijn naam verbonden. De bekendste is wellicht de pêche Melba, gecreëerd voor de Australische operazangeres Nellie Melba. Perzik, vanille-ijs en frambozensaus, een combinatie die meer dan een eeuw later nog altijd op menukaarten verschijnt.
Meer dan een museum voor chefs
Het Musée Escoffier de l'Art Culinaire opende in 1966 en neemt bezoekers mee door de geschiedenis van de gastronomie. Verspreid over verschillende zalen zijn historische keukenmaterialen, servies, persoonlijke herinneringen aan Escoffier, suiker- en chocoladewerk en een omvangrijke gastronomische bibliotheek te zien. Bijzonder is ook de verzameling van meer dan 3.000 historische en moderne menu's. De nieuwe status moet het museum toelaten nauwer samen te werken met andere Franse instellingen, tentoonstellingen en onderzoek verder uit te bouwen en het culinaire erfgoed voor een breder publiek toegankelijk te maken. En misschien past precies dat bij de erfenis van Escoffier. De chef wilde koken niet alleen verfijnen maar ook ordenen, documenteren en doorgeven aan volgende generaties. Ruim een eeuw later krijgt zijn geboortehuis nu officieel de erkenning om precies dat te blijven doen.
Foodies die in de buurt zijn weten dus waar naartoe.