Op de derde donderdag van november is het weer zover. Le Beaujolais Nouveau est arrivé! Dit jaar valt die feestdag op 19 november en dan stromen de flessen jonge, sappige rode wijn over de toonbanken van cafés en wijnbars. Een paar weken na de oogst gebotteld, fris, fruitig en gemaakt om meteen op te drinken. Gezellig? Absoluut. Maar wie Beaujolais enkel kent van die ene donderdag mist het mooiste deel van het verhaal.
Want achter de feestwijn schuilt een streek met serieuze ambities. In het noorden van de Beaujolais liggen 10 crus, dorpen met elk een eigen bodem en een eigen karakter die wijnen maken waar menig Bourgognefan stilletjes jaloers op is. En dat allemaal met 1 druif die eeuwenlang werd weggezet als tweederangs, de Gamay. Tijd om haar eerherstel te geven.
Gamay, de verbannen druif
Gamay heeft een opmerkelijk strafblad. In 1395 vaardigde Filips de Stoute, hertog van Bourgondië, een decreet uit dat de druif uit zijn wijngaarden verbande. Hij vond haar ronduit oneerlijk en schadelijk en wilde dat de nobele Pinot Noir voortaan alle aandacht kreeg. Gamay trok zuidwaarts naar de granietheuvels van de Beaujolais. Achteraf bekeken de beste verhuis uit haar carrière.
Op die arme, zanderige granietbodems voelt Gamay zich namelijk thuis. Ze levert wijnen met sappig rood fruit, zachte tannines en een frisse zuurgraad. In de crus komt daar diepgang bij met aardse tonen, kruiden, soms een vleugje viooltjes. Het bewijs dat een druif die ooit als boerenwijn werd afgedaan wel degelijk elegantie in zich heeft.
10 dorpen, 10 karakters
De 10 crus liggen als een parelsnoer in het noorden van de streek. Saint-Amour, Juliénas, Chénas, Moulin-à-Vent, Fleurie, Chiroubles, Morgon, Régnié, Brouilly en Côte de Brouilly. Op het etiket staat vaak enkel de naam van het dorp, het woord Beaujolais zoek je soms tevergeefs. Een slimme zet want zo worden ze niet meteen in 1 adem genoemd met de feestwijn.
Grofweg kun je ze indelen van lichtvoetig en bloemig zoals Chiroubles en Saint-Amour, tot stevig en bewaarbaar, zoals Morgon en Moulin-à-Vent. 3 ervan verdienen een plekje vooraan in je wijnrek.
Morgon, de wijn die een werkwoord werd
Morgon is de cru met spierballen. De beroemdste heuvel, de Côte du Py, rust op verweerd graniet en leisteen dat de locals “roches pourries” noemen, rotte rotsen. Dat klinkt weinig appetijtelijk maar het levert wijnen op met kers, rijpe pruim en een aardse, bijna minerale ondertoon.
Morgon rijpt bovendien prachtig. Na enkele jaren in de fles wordt hij zachter en complexer met tonen die doen denken aan een Pinot Noir uit de Bourgogne. De streek heeft er zelfs een werkwoord voor want een wijn die zo evolueert gaat “morgonner”. Het was ook in Morgon dat een groepje eigenzinnige wijnmakers in de jaren '80 terugkeerde naar natuurlijk werken met weinig ingrepen en zonder toegevoegde gisten. Hun wijnen gaven de hele streek een nieuwe, hippe aura.
Fleurie, de romanticus
De naam zegt het al. Fleurie is de meest bloemige van het gezelschap. Denk aan viooltjes, iris en rozenblaadjes gecombineerd met frambozen en rode kersen. De wijngaarden liggen op roze graniet rond een kapelletje op de heuveltop, La Madone, dat over het dorp waakt.
Fleurie is zijdezacht, elegant en verleidelijk zonder ooit zwaar te worden. Een wijn voor wie denkt geen rode wijn lust en voor wie al jaren beweert dat Beaujolais niets voorstelt. Schenk hem blind in en kijk hoe de meningen bijdraaien.
Moulin-à-Vent, de koning
Moulin-à-Vent dankt zijn naam aan een eeuwenoude windmolen die nog altijd boven de wijngaarden uittorent. Hij wordt vaak de koning van de Beaujolais genoemd, en dat is niet overdreven. Dit is de meest gestructureerde en bewaarbare cru met donker fruit, specerijen en stevige tannines.
De bodem bevat sporen van mangaan, waaraan men graag de kracht en diepgang van de wijn toeschrijft. Steeds meer producenten laten hun Moulin-à-Vent rijpen op eikenhouten vaten, net als hun buren in de Bourgogne. Geef een goede fles 5 tot 10 jaar en je wordt beloond met een wijn die zich vlot kan meten met veel duurdere namen.
Aan tafel met de crus
Gamay is een van de meest veelzijdige rode druiven aan tafel. Een Fleurie past wonderwel bij gebraden kip, eend of zelfs een stukje zalm. Morgon voelt zich thuis bij Lyonese klassiekers als coq au vin, saucisson en een stevige charcuterieplank. Moulin-à-Vent kan de strijd aan met wild, een stoofpot van rundvlees of een herfstige paddenstoelenschotel.
Een gouden tip? Serveer cru Beaujolais licht gekoeld, rond 14 à 15 graden. Een half uurtje in de koelkast doet wonderen voor het fruit en de frisheid. Vier dus gerust mee op 19 november, maar zet ernaast ook een fles Morgon of Fleurie op tafel. Grote kans dat die als eerste leeg is.